• Licht en geluid

    17 november 2019

    Vanmiddag het bos in geweest voor een nieuw kunstproject in wording. Het was er heerlijk. Het rook naar paddenstoelen en vergankelijkheid en het zonlicht op de bladeren zorgde voor een overweldigende kleurenexplosie. Maar het was gelijk ook heel nuttig, want ik heb een kleine proefopstelling gemaakt om het één en ander uit te proberen. Mijn atelier was de afgelopen week bezaaid met epoxycontainers, PU-harsen en kleine malletjes, mengbekers en poederpigmenten. De experimenten moesten nodig worden getest om inzicht te krijgen hoe ik straks verder ga met dit project.

    Het moet een ode worden aan de stille luisteraar: het aandachtig luisteren tijdens concerten, de oren op steeltjes van het publiek. Maar ook een ode aan het goed kunnen luisteren naar het verhaal van de ander. Hoor je de ander wel echt? Kun je er zijn voor elkaar? Er is zoveel haast, zoveel ruis op de lijn in ons dagelijks verkeer. Als je in de natuur loopt word je stil van binnen. Je hoort alleen het ritselen van de bladeren onder je voetstappen en een enkele vogel. Een moment van verstilling, van bezinning. En inspiratie opdoen. Ik heb een beeld voor ogen: een fluisterboom die vol hangt met stil bungelende oortjes. Spelen met het thema licht en geluid. Het innerlijk stil worden als je naar muziek luistert. Het stiller worden als de avond valt.

    En dus viel er veel te onderzoeken in het bos. Want wat doet het licht met de oortjes? Heb ik wel voldoende pigment toegevoegd? Zijn ze wel groot genoeg? Hoe lang moeten de draadjes zijn? En vooral …. hoevéél moeten het er worden? Honderd? Tweehonderd? Driehonderd? Hoe groot is straks die boom, daar in de beeldentuin in Gees?

    Ja, het gebungel beviel me wel, dat zachte wiegen tussen de herfstbladeren. Toch was ik ook wat teleurgesteld: ik vond ze wat klein tussen al die grote bomen. Nieuwe maken? Ja, het moet allemaal een maatje groter. Maar de helderheid van de epoxy is fraai, ze gaan mooi glinsteren in het zonlicht. En de grootste troef openbaart zich wanneer de avond valt. Want dan gaan ze zachtjes schijnen: ik heb aan een aantal oortjes glow-in-the-dark pigment toegevoegd. En zowaar! Het werkt! ‘s Nachts geven ze een zacht blauw schijnsel dat wel 5 à 8 uur blijft schijnen. Wow, wat gaaf!

    Al met al was het een verhelderende week en een verhelderende middag. En ik weet nu dat het kunstwerk er zal komen. Gewoon doorgaan. Een ode aan de stille luisteraar. Word maar stil van binnen als het gaat schemeren, dan komt het goed.

     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 3 keer bekeken

  • Jakobsladder

    29 september 2019

    Als er een ladder zou bestaan die een verbinding maakt tussen hemel en aarde, dan zou ik maar wat graag heen en weer willen klimmen. Gewoon om eens even een kijkje nemen. Zou het helpen? Zou het inzicht geven? Vanuit welk perspectief zou je dan naar de wereld kijken? En hoe keer je dan vervolgens weer terug op aarde? Zou je dingen anders doen?

    ‘Je weet, je moet het zelf bouwen, die hemel waarin je geloven zal’, zei George Herwegh, een Duits dichter uit de 19e eeuw. ‘De hemel is sowieso een uitvindsel van mensen, omdat ze er niet tegen kunnen te moeten denken dat ze stof zijn en tot stof zullen wederkeren’, zei een nuchtere Jan Wolkers ooit.

    Mijn oude oom sprak onlangs op zijn sterfbed: ‘Kijk, feitelijk heb ik twee opties: óf mijn lichtje gaat uit en het is donker. Of ik kom op een plek waarvan ik denk: hé, dit is wel aardig, hier blijf ik. Maar dat gewapper van al die engelen rond m’n hoofd, daar geloof ik niet in’.

    Jakobsladder. Vernoemd naar het natuurverschijnsel wanneer de zon door de wolken breekt en waar naar verluidt de engelen op en neer klimmen om een verbinding te maken tussen hemel en aarde. Maar ook naar het Bijbelverhaal uit Genesis waarbij Jakob in slaap valt en in een droom een ladder ziet die tot in de hemel reikt.

    Wat neem je mee als je aan het einde van je leven naar boven klimt? Welke kostbaarheden heb je verzamelt en wat blijft daar van over? Vergankelijkheid, we worstelen ermee, het leven is zo kort. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar ik merk dat afscheid nemen steeds vaker voor komt in mijn leven. De hele generatie boven ons is aan het omvallen. En wanneer het plotselinge verlies van een dierbare leeftijdsgenoot zich aandient besef ik des te meer dat het leven een kwetsbaar en vergankelijk gegeven is.

    'Herinneringen blijven’ zegt men dan tot troost. Lao Tse, een Chinees filosoof verwoordde het zo: ‘Alleen de liefde overwint, alleen de liefde behoudt. Wanneer de hemel een mens wil behoeden vervult hij zijn hart met liefde’. En de dichter Emanuel Geibel heeft een soortgelijke uitspraak: ‘Liefde is de gouden ladder waarop het hart naar de hemel stijgt’.

    Stof zijt gij….  

     

    Titel: Jakobsladder
    Materiaal: brons & bladgoud

     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 20 keer bekeken

  • Oog en oor

    23 juni 2019

    Wekelijks teken ik naar levend model bij het Westerdok, een inloopatelier in Amsterdam waar je vrij kunt werken met eigen materiaal. Altijd goede modellen en meestal korte standen van 10 à 15 minuten. Die tekensessies zijn mijn ‘vocalises’, maar dan voor het beeldhouwen. Het helpt me bij het aftasten van nieuwe ideeën voor nieuwe beelden en het bestuderen van vorm en anatomie.

    De afgelopen periode heb ik afwisselend gewerkt met een uitwasbaar sanguine pennetje, pastelkrijt, aquarelverf, Siberisch krijt, uitwasbaar aquarelkrijt en houtskool. Vaak is het enorm ploeteren en zoeken, maar de concentratie tijdens het tekenen doet me altijd goed. Het voelt als een Zen-meditatie, je bent even volledig in het nu en na zo'n avond is m'n geest weer rustig en 'schoon'.

    Op zo'n modeltekenavond ontstaan meestal zo'n 10 tekeningen, een flink aantal kunnen direct naar de prullenbak. Maar deze mochten blijven. Verder doe ik er weinig mee, ze belanden in grote mappen en een enkeling hang ik op in mijn atelier om nog even op door te pruttelen. Het is vooral een studie in leren kijken.
    Het oog van een musicus. Want op zo'n avond hoor ik de meest wonderbaarlijke muziekjes langskomen. En als er dan ineens een bekende klassieke aria door de speakers schalt, dan is het gebeurd. Weg concentratie. Dan floept al mijn aandacht volledig naar de muziek en ben ik er helemaal uit.

    Geeft niet, het oor wil ook wat.


     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 86 keer bekeken

  • Jubileum

    9 juni 2019

    Ik vier een klein intern feestje hier. Want ik realiseerde me bij het wakker worden dat ik vandaag 40 jaar zangeres ben. 

    Precies 40 jaar geleden, op 9 juni 1979, zong ik het Pie Jesu in het Requiem van Fauré in de grote zaal van het Concertgebouw in Haarlem, tegenwoordig de Philharmonie geheten. Mijn zanglerares op het conservatorium, Erna Spoorenberg, vond dat helemaal nog niet zo'n goed idee. Te jong, te onervaren nog. Maar de dirigent van het Haarlems Jeugdorkest, Sam ten Velde, dacht daar heel anders over. Ja, een jong ding moest het zijn in dat Pie Jesu. Een puur, beetje naïef, kinderlijk en jongenssopraanachtig geluid had hij voor ogen. 

    Nou, dat heeft hij geweten! Onwennig en groen als gras ging ik naar de repetities. En tijdens het concert ging het mis. Ik maakte bij een lange noot een telfout, puur van de zenuwen. Oh help!!! Paniek! Maar met een alerte zwiep redde de dirigent zijn jeugdorkest en jeugdsopraan van de ondergang. Na één maat stond de boel weer onder elkaar. Door het oog van de naald. Tjonge, wat zal die man een hartverzakking hebben gehad. Tot mijn verbazing vertrok hij echter geen spier. Grote grijns na afloop. Niks aan de hand joh, kwam toch goed? 

    Ikzelf dacht daar heel anders over. Eenmaal in de solistenkamer kwamen de tranen. Voor mijn gevoel had ik het totáál verpest en lag mijn hele zangeressenbestaan aan diggelen.

    Plotseling werd er op de deur geklopt. Daar stoof ineens niemand minder dan Coby Riemersma mijn kamer binnen. Ik kende haar niet, maar ze bleek een bekende zangpedagoge te zijn uit de regio Haarlem. Grote struise vrouw, mantelpakje aan, grijs knoetje in de nek en een grote handtas voor haar buik. Wat, tranen? Kind! Hoeveelste concert is dit? Je EERSTE? Och meid en dan treuren om die ene noot? Reken maar dat er nog velen zullen volgen. Hoort er allemaal bij hoor, gewoon door gaan.

    En dat heb ik gelukkig gedaan. 

     

     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 97 keer bekeken

  • Buurpraatje

    28 april 2019

    Zouden deze dametjes misschien Kaatje en Aaltje heten? Ze komen voor in een oud liedboekje uit Amsterdam en vormden een inspiratiebron bij het maken van dit nieuwe beeld. Buurpraatjes en andere dialoogliederen waren populair in de Gouden Eeuw. Met Camerata Trajectina zingen we ze regelmatig.

    Het buurvrouwenlied heeft een ronkende titel: ‘De vittende vrouwen, op de gebreken hunner mannen, tusschen Kaatje en Aaltje’. Op de Wijze van: ‘Al de mannen die men siet’, uit Het Bestorven Weduwtje. Het lied is een pendantlied van mannen die over hun vrouw klagen. Ditmaal zijn de dames aan zet. Ze hebben heel wat te bespreken: de één is vaak dronken en de ander presteert niet in bed.

    Kaatje:
    Goeden Morgen, Aaltje-Buur!
    Och! Wat blyft het Weêr nog guur.
    ’k Zie gy zyt aan ’t Koffi  zetten,
    Maar wat is ze byster duur!

    Aaltje:
    ô! ’t Zal wel haast beter gaan,
    Zit wat, Aaltje! Blyft niet staan;
    Of hebt gy uw Man te wachten?
    Dan wil ik u niet ontraên.

    Kaatje:
    Neen, ik wacht myn Man thans niet.
    Och , myn Man! Ja, myn Verdriet.
    Aaltje! Zou ik je alles zeggen
    Wat my wel van hem geschiedt?

    Aaltje:
    ’k Weet het; hij verteert wel wat
    In het klaar Jenevernat.
    Maar de myne doet niet minder,
    Als hij speelt: ‘Myn Lief! Myn Schat!

    Kaatje:
    Wel gelukkig zyt gy dan.
    Och! Was ’t ook zo met myn Jan.
    Maar wanneer die is beschonken,
    Is ’t een Duivel en geen Man.
    Alle dagen is hy dronken
    En hy zwetst by glas en kan.

    Aaltje:
    Neen, myn Flip is altyd goed;
    Maar. ’t is niet wat het wezen moet.
    Kon ik hem maar doen beseffen,
    Dat die dorre drooge Bloed
    Beter moest mijn wenschen treffen;
    Dan viel ’t bitter daardoor zoet!

     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 106 keer bekeken

  • Amulet

    8 april 2019

    Haar zwangerschap was onvoldragen geweest en hoewel het al lang geleden gebeurd was, was het verdriet direct voelbaar bij de eerste ontmoeting. "Wil je een amulet voor me maken?" Ik zei natuurlijk direct ja. Maar innerlijk twijfelde ik. Kan ik dat wel? Zoiets kleins voor zoiets groots?

    Lang bleef deze opdracht knagen, ik vertoonde duidelijk uitstelgedrag en moest echt moed verzamelen. Op een dag stuitte ik op de amuletten uit de Egyptische beschaving. Ze lagen uitgestald in het Oudheidkundig Museum in Leiden. Kleine verfijnde voorwerpen, boordevol symbolieken, de één nog mooier dan de ander. Ze werden vaak tussen het windsel van de mummies gestoken. Op het museumbordje las ik:
    "Amuletten dienden als bescherming, als vruchtbaarheidssymbool of als teken van godenverering. Andere amuletten hadden een gelukbrengende of geneeskrachtige werking. Ze werden door doden en levenden gedragen. Alle soorten ontleenden hun kracht aan hun materiaal of hun vorm”.

    Waarom aarzelde ik nog? Aan de slag!
    Het werd een enorm pietepeuterig gepriegel, maar uiteindelijk is het beeldje er gekomen. En eerlijk gezegd vind ik de foto's van de onvoltooide amulet nog het mooist. Net gegoten en uit zijn beschermende cocon gehaald, de gietkanalen er nog aan, onvolkomen, onafgewerkt, puur. De geboorte van een beeld.

    Ik heb de amulet "Wiegeliedje" genoemd.
    En nu maar hopen dat er vele kleine zachte lieve liedjes in het oortje zullen worden gezongen.

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 113 keer bekeken

  • Schatbewaarders

    10 februari 2019

    Ik heb iets met voeten, ze lopen als een rode draad door mijn werk heen. Het is een mooie metafoor voor de levensreis die we afleggen, met alle ups en downs die daar bij horen. Even heb ik gedacht om de voetjes in dit beeld ook daadwerkelijk over een grillige vorm te laten lopen. Want zo is het leven, we kennen vele bergen en dalen, hoogtepunten en dieptepunten. Maar ik kwam uiteindelijk toch uit bij de eeuwigheidswaarde van de cirkel. Tot stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. We geven het leven als een estafettestokje door. Perpetuum mobile.

    We wandelen door de tijd, hollen, rennen, vliegen achter elkaar aan, zijn druk, zoeken en streven. Maar wat zoeken we dan precies? Welke schatten zijn we eigenlijk allemaal aan het verzamelen? En wat blijft er over als we onze ogen sluiten? Wat zijn de innerlijke schatten die we hebben verzameld aan het eind van ons leven?

    Een aantal jaren geleden zong ik een cantatedienst in de Kloosterkerk in Den Haag. Centraal stond cantate BWV 180 van Johan Sebastiaan Bach, waarin een prachtige aria zit over levenslicht: Lebens Sonne, Licht der Sinnen, Herr der du mein Alles bist. De cantate is gebaseerd op een gelijkenis uit de Bijbel, Matthäus 22: 1 – 14, en is getiteld: Schmücke dich, o Liebe Seele. In de gelijkenis worden mensen uitgenodigd voor een bruiloftsfeest van een koningszoon. Maar velen wijzen de uitnodiging af en komen niet. Een deel van de genodigden dat wél komt opdagen wordt weggestuurd omdat ze, blijkens ontbrekend bruiloftskleed, onvoldoende voor het feestmaal zijn toegerust. Slechts een enkeling is uitverkoren om naar binnen te mogen gaan.

    De overdenking van dominee Carel ter Linden zal ik nooit vergeten en maakte diepe indruk op mij: “versier je ziel met immateriële kostbaarheden. Al het andere is slechts materie en van tijdelijke aard. Wat overblijft is de liefde”. Toen al zag ik een beeld voor me: een ketting met juwelen die symbool staan voor liefde, vriendschap, waardevolle herinneringen.

    De schaal met voetjes vordert langzaam, het brons is gegoten en ik ben ze nu aan het versieren. Want als je een beeld Schatbewaarders noemt, dan zul je natuurlijk wel moeten zorgen dat er ook écht sprake is van een schat. En dus heb ik de afgelopen dagen met een engelengeduld zitten vergulden. Het was een uiterst fijn precissieklusje. En ik wilde geen kruimeltje verspillen, want het goudboekje dat ik heb gebruikt bevatte 23,75 karaats Dubbel Torengoud, een bijzondere legering van goud en platina, speciaal voor buitenvergulding.

    Het beeld is eindelijk af. Ik heb ze verzameld, mijn schatten en was daarmee een echte schatbewaarster geworden.

    Maar nu de hamvraag: van materiële of van immateriële zaken?

     

     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 127 keer bekeken

  • Huis en haard

    30 december 2018

    Mijn eigen kleine stad gebouwd. Met kleine eenvoudige huizen en op elke zijde een toegangspoort. Aan de rand staan enkele voorname gebouwen, misschien wel een school of een universiteit. Want zonder wijsheid en kennis geen reis naar het innerlijk van deze stad. De vrouw draagt een huis zoals een kind het tekent en beschermt de andere huizen in de stad.

    Bijna voltooid dit beeld! Althans de eerste fase. Hoe zal dit zijn in brons? Geduld is een schone zaak. Ambachtelijk verder bouwen, de tweede fase. Ondertussen word ik regelmatig geplaagd: hé Hiek, hoe is het met je ontroerende goed? Ik moet bekennen: ik heb véééél meer huizen gemaakt dan ik uiteindelijk gebruikt heb. Het atelier lag bezaaid met gebouwen in vele soorten en maten, zelfs hele grachtenpanden en een kerk, compleet met Westertoren. Maar bouwen is vooral weglaten, minder is vaak meer.  

    De zoekende fase is nu voorbij, het beeld is geboren, maar nog vele stappen te gaan: mal maken, wasmodel afwerken, gietproces doorlopen, lassen, slijpen, schuren, patineren. En dan de finishing touch: het huis vergulden met een laagje bladgoud.

    Titel: Het gouden huis
    Of moet het toch zijn: het behouden huis?
    Nee, dat laatste is teveel Hermans

     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 144 keer bekeken

  • Binnenkant en buitenkant

    9 december 2018

    Al heel lang wil ik een beeld maken over het lied “O wär dein Haus durchsichtig wie ein Glas” van Hugo Wolf, uit het Italienisches Liederbuch. Het is een prachtig, kwetsbaar lied en de pianobegeleiding is breekbaar als glas. Het gaat over de scheidingswand tussen het innerlijk en het uiterlijk van een mens en het verlangen om naderbij te kunnen komen.

    O wär’ dein Haus durchsichtig wie ein Glas,
    Mein Holder, wenn ich mich vorüberstehle!
    Dann säh’ ich drinnen dich ohn’ Unterlass,
    Wie blickt’ ich dan nach dir mit ganzer Seele!
     
    In het lied klinkt een diep verlangen: was jouw huis maar van glas, dan waren er geen muurtjes en kon ik je zien, omarmen, ongehinderd van je houden. In overdrachtelijke zin staat het woord huis hier voor lichaam. Het lichaam als een gesloten oester, als een omhulsel, als een huis waarin we wonen. Met allerlei deurtjes en vensters die soms wel en soms niet opengaan.

    Stel je eens voor dat onze huizen van glas waren? Dat onze kleine ikjes open en bloot zichtbaar zouden zijn. Zou het wat oplossen als onze verschijningsvorm van glas zou zijn? Er zou meer begrip zijn, dat zeker. Maar eigenlijk, als ik eerlijk ben, moet ik er niet aan denken. Elk mens heeft behoefte aan privacy, we delen slechts een facet van onszelf. De vraag is: in hoeverre laat je mensen toe? Ben je introvert of extravert? In elke ontmoeting proberen we een glimpje op te vangen van die ander. We tasten af, proberen de ander te lezen en te begrijpen. In openheid stroomt het makkelijker. Een voorwaarde voor die openheid is veiligheid en vertrouwen.

    Binnenkant en buitenkant wringen soms met elkaar. In het boek ‘Vaak ben ik gelukkig’ van de Deense schrijver Grøhndahl staat een mooi gedichtje als proloog:
    ‘Vaak ben ik gelukkig en zou ik toch graag huilen;
    Omdat geen enkel hart mijn geluk volledig deelt.
    Vaak ben ik droevig en moet ik toch lachen,
    Opdat geen mens mijn bange traan zal zien’.

    Mooie thematiek voor een nieuw beeld! Er begint zich langzaam iets af te tekenen. De elementen waar ik mee ga stoeien zijn binnenkant en buitenkant. Een huis. Een mensfiguurtje, gesloten houding. En transparantie natuurlijk. Glas?

    Epoxyhars halen. Zo helder mogelijk!

    Foto: Betty van Engelen

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 197 keer bekeken

  • Stedemaagd

    2 december 2018

    De Maegd heeft al lekkere ‘Blancke Billen’, maar nog geen armen, benen, hoofd. Langzaam rijst de vrouw omhoog uit de zwarte boetseersmurrie. Haar stad heeft nog maar vijf huizen, maar breidt zich gestaag uit. Grote huizen, kleine huizen, raampjes, deuren, schuine daken. Nog heel wat te gaan. Bouwstenen voor een nieuw beeld met als thema 'de Stedemaagd'.

    Een maagd als verpersoonlijking van een stad of land is een motief dat al in de oudheid op Griekse munten terug te vinden is. In deze heidense tijd werd de stedemaagd vaak vergoddelijkt en dus als godin vereerd. Het motief is altijd blijven bestaan en in de renaissance werd het weer populair.

    Met Camerata Trajectina, het oude-muziekensemble waarin ik zing, komen we ze regelmatig tegen. Onlangs zongen we in het Oude Stadhuys van Gouda en daar pronkt een schilderij van J.I. de Roore uit 1743 met de Stedemaagd van Gouda. Ook Amsterdam heeft een imposante stedemaagd. Al bijna vier eeuwen heerst zij over de wereld, die aan haar voeten ligt in de vloer van de Burgerzaal van het voormalig stadhuis, nu het Koninklijk Paleis op de Dam. Passend, want vanuit Amsterdam voeren schepen de wereldzeeën over om kostbare handelswaar te verkrijgen. De stad was in de Gouden Eeuw het economisch centrum van de wereld. In de 19e eeuw kreeg Amsterdam zelfs nóg een Stedemaagd: een voornaam beeld aan de ingang van het Vondelpark. Van veel recentere datum is de Stedemaagd van Groningen op de Herebrug: een bronzen beeld van de hand van Wladimir de Vries uit 1953.

    Op onze CD 'De Vrede van Utrecht' kreeg de Stedemaegd van Ryssel zelfs een stem. We zongen een fel lied, een 'Zaamenspraak' tussen de stedemaagd van Lille en haar belager, de Prins Eugenius, in het lied voorgesteld als vurig minnaar. De vrouw beschermde haar stad en haar bewoners ten tijde van de belegering van Lille in 1708. Nee, zij raakte haar maagdom niet kwijt, de prins had het nakijken. Als een moederkloek stond zij pal voor haar burgers.

    Mijn beeld zal dus ook een beschermend gebaar moeten krijgen. Een staande vrouw met de stad aan haar voeten. Misschien houdt zij straks wel heel beschermend een huis in haar hand. Of vallen de huizen deels onder haar beschermende mantel.  Ik weet het nog niet. Zoeken, wikken, wegen. Langzaam verder bouwen aan mijn stad. Stap voor stap, steen voor steen.

     

     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 156 keer bekeken

  • Meer blogs >>